How to: reageren op (seksueel) grensoverschrijdend gedrag 


In de vorige blogpost bespraken we de zes criteria die belangrijk zijn om in te schatten of gedrag over de grens gaat. Wanneer aan één van deze zes criteria niet wordt voldaan, kan je als bystander ingrijpen. In deze post zoeken we naar enkele manieren om te reageren. 

Hoe kan je helpen wanneer je getuige bent van ongewenste intimiteiten, seksuele intimidatie of een aanranding? Een snelle reactie als bystander kan een groot verschil maken. Weet je niet goed hoe je kan helpen? Hieronder stellen we enkele handvaten op!

Centraal hierbij is dat je je eigen veiligheid ook altijd vooropstelt. Grijp dus alleen maar in op een manier die goed voelt en bij de situatie past. Ook is het belangrijk dat je de situatie van de ander altijd ernstig neemt zonder oordeel. 

Je kan op verschillende manieren ingrijpen. Weet je niet goed hoe? Hieronder geven we je enkele ideeën. 

  • Anderen betrekken

Betrek een vriend(in), omstander of verantwoordelijke. Een van jullie kan de persoon afleiden terwijl iemand anders hulp zoekt. Werk samen. 

Wanneer de situatie ernstig is bel 112 voor de hulp van politie en hulpdiensten.

  • Afleiden 

Soms is het voldoende om in de buurt te staan van de persoon die wordt lastiggevallen. Als je ziet dat niet helpt, kan je iets doen dat niets met de situatie te maken heeft: 

A) stel een vraag

B) doe alsof je de persoon kent en begin over iets random

C) mors je drankje of laat iets vallen 

  • Afzonderen 

Haal de persoon die het gedrag ondergaat weg uit de situatie. Dit kan door jezelf fysiek tussen hen in te zetten of door één van de betrokken personen (eventueel met een smoesje) mee te nemen naar een andere plaats, bv. de dansvloer, het toilet of in de buurt van een groepje mensen.

  • Aanspreken 

Spreek de persoon die het gedrag ondergaat aan, vraag of alles oké is. Hou het kort en bondig, vermijd een discussie. Het belangrijkste is dat de andere het grensoverschrijdend gedrag niet meer stelt. 

Enkele voorbeelden van wat je kan zeggen: 

  • ‘Alles oké hier?’
  • ‘Valt die persoon je lastig?’ 
  • ‘Wat je doet is ongepast’ 
  • ‘Wat doe je nu?’
  • ‘Laat hem/haar met rust’ 
  • ‘Hij/zij vindt wat je doet duidelijk niet leuk, stop daar mee’

  • Aanwezig blijven 

Als je niet direct iets kan doen omdat de situatie gevaarlijk is of je jezelf niet volledig op het gemak voelt, blijf dan even in de buurt tot alles zeker oké is. 

Wanneer de situatie voorbij is kan je altijd de persoon benaderen en vragen hoe het met hen gaat en/of je iets voor hen kan doen. 

Bronnen: